Gen(k)ie Gilbert Bongaerts: "Eens een Heivink, altijd een Heivink"

Gepubliceerd op maandag 30 november 2020 12.28 u.
Gilbert zong ooit zelf bij De Lustige Heivinken. Bij Genkenaren ouder dan 45 doet dit knapenkoor wellicht nog een belletje rinkelen. Met de vzw Lustige Heivinken brengt hij een boek uit over dit befaamde koor.

"Elk kind kan leren zingen"

Gilbert, wat mogen we over jou weten?

Gilbert: “Cultuur is mijn passie. Ik werkte haast mijn hele carrière voor het cultuurcentrum van Genk. Als jonge knaap groeide ik op in Waterschei en ik woon er nog steeds. Ik ging naar de Sint-Jansschool op de Binnenlaan en daar kwam ik als 9-jarige in contact met de Lustige Heivinken.”

Je bent niet alleen lid geweest, je hebt ook jaren je hart en ziel erin gestoken.

Gilbert: “Klopt. Ik was er wel een tijdje uit omdat ik als 12-jarige op internaat ging buiten Genk. Maar op 20 jaar ben ik teruggekeerd, als repetitor of om het met een hipper woord te zeggen: stemcoach. Daarnaast nam ik ook de organisatie voor mijn rekening. ”

Welke kwaliteiten moest de stem van een Heivink hebben?

Gilbert: “Broeder Arnold en mijn vrouw leerden de eerste en tweede stem aan. Ik had de 3de stem, de lage stem, waar de ‘brommers’ terechtkwamen (lacht). Vanuit hun bromtoon leerde ik hen hoger en juist zingen. Dat lukte en dat was het bewijs dat elk kind bij ons kon leren zingen. Uniek toch! Het koor bestond vooral uit kinderen van mijnwerkers. Een koor op hoog niveau!”

Vind je dat het koor onderschat werd?

Gilbert: “De Lustige Heivinken zijn gestart in 1930. Tot 1986, toen het koor definitief gestopt is, hebben we fantastische resultaten neergezet: meer dan duizend optredens in binnen- en buitenland, veel radio- en tv-optredens, prestigieuze koorprijzen gewonnen, lp’s opgenomen, een gouden plaat gekregen en zelfs bij de koning ontvangen!”

Zijn we als Limburgers te bescheiden?

Gilbert: “Zeker. Ik durf te stellen dat als we dit project vanuit een andere provincie hadden gedaan, het makkelijker was en de erkenning groter. Natuurlijk was er die vruchtbare voedingsbodem van de Genkse mijntuinwijk. Die gaf ons een unieke identiteit: een multiculturele groep met een typische klankkleur.”

Waarom zijn er nooit meisjes bij het koor gekomen?

Gilbert: “Dat is ooit geprobeerd om de problematiek van de stembreuk bij jongens in hun puberteit op te vangen, maar dat is gauw afgevoerd.”

Hebben jullie ook moeilijke tijden gekend?

Gilbert: “In de jaren 70 werden we een eerste keer succesvol gered van een stopzetting. Er kwamen veel reacties losen we kregen steun van de gemeente en provincie. Helaas in 1986 niet meer.”

Denk je dat zo’n koor in deze tijden nog mogelijk is?

Gilbert: “Het is moeilijk als mensen veel meer verwachten dan ze zelf geven. Ik ben overtuigd dat als je zelf veel geeft en als men de zorg voelt, je veel kan en mag vragen van ouders en kinderen. Op termijn levert dat resultaat op. Dit is de hoopvolle boodschap die we willen meegeven met dit boek.”

Was dit hét moment om dit boek te schrijven?

Gilbert: “Het was nu of nooit. Anders zou deze waardevolle Genkse geschiedenis verloren gaan. Samen met Monique Draelants en Ward Vanhengel is er drie jaar aan gewerkt. Het is een luxe-uitgave geworden van 608 pagina’s met geschiedenis, reisverslagen, anekdotes, getuigenissen en veel foto’s."

Wanneer komt het boek uit?

Gilbert: "In november startte het drukwerk. Helaas kan een publieke presentatie van het boek
niet, maar het is binnenkort verkrijgbaar. Je vindt alle info op onze website of op onze Facebookpagina!"

Foto: Gilbert Bongaerts aan de Sint-Jansschool in Waterschei, thuisbasis van de Lustige Heivinken tussen 1930 en 1986. 

Het boek over het knapenkoor De Lustige Heivinken werd ondersteund door de Erfgoedcel Mijn-Erfgoed, stad Genk, Het Belang van Limburg, provincie Limburg en de Orde van de Broeders van de Christelijke Scholen. Het is een uitgave van vzw De Lustige Heivinken en verschijnt in de loop van december 2020.
www.delustigeheivinken.be
delustigeheivinken@gmail.com