Geen verlenging voor twee wedkantoren in Genk

Gepubliceerd op vrijdag 11 maart 2022 11.51 u.
Persbericht van 11 maart 2022

Stad Genk ontving twee aanvragen om een convenant voor een wedkantoor af te sluiten, m.n. voor de Betcenters gelegen te Europlaan 85 en Vennestraat 251 bus 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft beslist om geen nieuwe convenant af te sluiten voor deze vestigingen. Deze beslissing zal op 15 maart op de gemeenteraad worden behandeld. Stad Genk werkt sinds 2018 aan het beperken en herverdelen van gokcentra in de stad. Het aantal instellingen in Genk is de voorbije jaren aanzienlijk gedaald, een trend die de stad ook in de toekomst verder wil zetten.

In 2018 was Stad Genk koploper in het aantal kansspelinrichtingen. De gemeenteraad vroeg toen Justitieminister Koen Geens om het gokken in o.a. krantenwinkels strenger te gaan reglementeren. “Met de komst van het convenant tussen stad en uitbater kunnen we het aantal wedkantoren in Genk terugschroeven” vertellen burgemeester Wim Dries en schepen Toon Vandeurzen. “De dag van vandaag zijn we daar al deels in geslaagd, maar we zullen ook de volgende 5 convenanten op dezelfde manier benaderen om de gokinstellingen nog meer te beperken en te spreiden in ruimte. De mogelijke komst van de nieuwe regels voor dagbladhandelaars vanuit de minister van justitie eind februari dit jaar geven aan dat het probleem nog niet van de baan is.”

2018 vs. 2022

In 2018 spande Genk de kroon wat betreft Gokkantoren. De stad had in Limburg het hoogste aantal speelautomatenhallen, Cafés waar je kon wedden, wedkantoren en dagbladhandelaars die kansspelen verkochten. Er werd de voorbije jaren gewerkt aan het verminderen van dit aantal.

Overzicht van kansspelinrichtingen:

Klasse I (casino’s of kansspelinrichtingen) 2018:0 - 2022:0
Klasse II (speelhalautomaten) 2018:3 - 2022:3
Klasse III (Cafés) 2018:61 - 2022:57
Klasse IV (wedkantoren) 2018:10 - 2022:7
Buiten klasse IV (dagbladhandelaars) 2018:17 - 2022:12

Het aantal door de kansspelcommissie vergunde wedkantoren in Genk is 7. Dit aantal is hoog in verhouding met het feit dat er maximum 600 wedkantoren in België mogen zijn. “Als je naar een verspreiding kijkt, rekening houdend met het aantal inwoners in Genk (67.030) en België (11.569.034), zouden we het aantal nog meer moeten beperken” aldus schepen van economie Toon Vandeurzen.

Convenant tussen stad en uitbater

In de wetswijziging van 7 mei 2019 werd de wet op de kansspelen gewijzigd. Hierin werd opgenomen dat voor de uitbating van een wedkantoor een convenant tussen stad en uitbater noodzakelijk is. Dat betekent dat de uitbater afspraken moet maken met de stad en dat de stad meer mogelijkheden heeft m.b.t. wedkantoren. Pas na het afsluiten van het convenant kan de Kansspelcommissie al dan niet een vergunning geven voor de uitbating van een wedkantoor.

Naast het convenant beroept de stad zich op de wetgeving alsook rechtspraak waaruit blijkt dat een kansspelinrichting klasse IV niet gevestigd mag worden in de nabijheid van bv. onderwijsinstellingen, ziekenhuizen, plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, alsook plaatsen waar erediensten worden gehouden of gevangenissen. Zowel de vestiging in de Europlaan 85 als Vennestraat 251 bus 1 blijken in de nabijheid van kwetsbare inrichtingen te liggen.

Stad Genk besliste daarom om geen convenant af te sluiten voor beide wedkantoren.

Preventie rond verslaving

“Vanuit het Genks Drugbeleid zetten we sterk in op preventie rond middelengebruik en verslaving.” zegt burgemeester Wim Dries. “Ook gokken en gamen zijn opgenomen in ons drugbeleid. Sinds een aantal jaren ligt de focus voornamelijk op gokken en de mogelijke risico’s die daarmee gepaard gaan.”

Het Genkse beleid voorziet een hulpaanbod voor mensen die in de problemen komen door hun gokgedrag. “Gokken is een onderschat probleem. De ambulante hulpverlening heeft haar expertise inzake de gokproblematiek verder uitgebreid en blijft ijveren voor een wetgevend kader dat oog heeft voor de kwetsbare speler (wetgeving online-spelen, reclame,…). Slechts een klein deel van deze doelgroep wordt momenteel bereikt en het zorgaanbod in Vlaanderen blijft beperkt. Daarom blijft laagdrempelige hulp belangrijk.”