Gen(k)ie Gökhan Kizilbuga: buschauffeur wordt acteur

Gepubliceerd op vrijdag 30 november 2018 14.21 u.
“Niks is onmogelijk, als je maar genoeg passie hebt.” Het klinkt eenvoudig als Gökhan Kizilbuga het zegt in 3600, maar zijn levensverhaal is behoorlijk straf. Hij groeide op in Sledderlo, had een hekel aan school, werd buschauffeur maar studeert vandaag op vijfendertig theater in Brussel.

Gökhan, wat moeten of mogen we weten over jou?

Gökhan: “Ik ben geboren in Winterslag, en opgegroeid in Sledderlo, in een gezin met vier kinderen. Mijn papa was mijnwerker, hij heeft nooit leren lezen en schrijven. Als kind was ik een stille jongen, een beetje ongelukkig zelfs. In mijn puberteit vertaalde zich dat in rebelsheid. Ik hing maar wat rond op straat en verdeed gewoon mijn tijd. Na mijn lagere school in De Sleutel trok ik naar technisch instituut Sint-Lodewijk, maar dat liep al meteen fout. Daarna volgde het atheneum. Uiteindelijk werd ik een van de vele schoolverlaters zonder diploma.”

Had je geen dromen als tiener?

Gökhan: “Niet zoals andere kinderen, nee. Ik was wel altijd op zoek naar mijn identiteit. Met mijn zwarte krullen leek ik op een Marokkaan, ik sprak Turks, maar eigenlijk ben ik een Koerd. Mijn vaderland bestaat dus niet eens. Moeilijk hoor, als kind.”

Je hebt dan zelf je weg gezocht in het leven, en theater heeft je daarbij geholpen…

Gökhan: “Inderdaad. Normaal komen jongens als ik daar nooit echt mee in aanraking, maar via een kennis leerde ik straattheatergroep Yawar kennen in het buurthuis in Sledderlo. Georges Comhair sprak ons aan, en ik voelde meteen: wow... We leerden jongleren, steltenlopen, trokken kostuums aan, en onder onze maskers transformeerden we tot een andere persoon. Dat was een bevrijding.”

"Kinderen van de migratie komen letterlijk en figuurlijk nog vaak te laat aan."

Kon je nog ergens terecht met je theaterambities?

Gökhan: “Niet echt, dus richtten we zelf een collectief op, Turkish Spotlight. Een van mijn broers, Okay, was regisseur. Met ongeveer 15 vrienden, uit Genk maar ook uit Heusden-Zolder en Beringen, brachten we Turks theater. We staken dat zelf in elkaar, komedies en af en toe wat drama, zoals het leven zelf. Geen grote kunst, gewoon een bezigheid, maar we konden ons hoofd tenminste leegmaken. Liever dat dan alleen maar bezig te moeten zijn met werken en geld verdienen.”

En toch werd je buschauffeur?

Gökhan: “Ik wilde een ‘betere’ job dan pure fysieke arbeid, en reageerde op een vacature. Negen jaar heb ik graag met een lijnbus gereden. Familie en vrienden waren ook enthousiast, zij vonden dat ik het gemaakt had, ik was weg van de straat (lacht). Grappig: vroeger werd ik af en toe van de bus gegooid, nu was ik ineens zelf chauffeur.”

Wie of wat heeft uiteindelijk voor de grote klik gezorgd?

Gökhan: “Mijn oude vriend en broeder Gökhan Girginol, die nog mee heeft geacteerd in ons collectief, schudde me wakker. ‘Op wie of wat wacht je nog? Je hebt talent, doe er nu iets mee!’ Hij overtuigde me dat het RITCS in Brussel niet zomaar een school is, maar een plek waar potentie meer waard is dan diploma’s. Hoewel ik lang dacht dat ik het niet waard was, schreef ik me toch in voor de toelatingsproeven. Zweten, maar ik haalde het.”

Straks ben je een rolmodel. Wil je dat ook zijn?

Gökhan: “Ik wil wel, maar ik weet niet of ik dat ben. Het heeft allemaal lang geduurd, mijn klasgenoten zijn een stuk jonger dan ik. Kinderen van de migratie komen letterlijk en figuurlijk nog vaak te laat aan. Ik heb nog veel in te halen, maar de tijd is rijp. Als het aan mij ligt, gaan we het Genks theater op de kaart zetten, met verhalen over ons en over iedereen. Het zal moeilijk zijn, maar met passie is alles mogelijk.”