Genkse geschiedenis: ontstaan en groei van het voetbal in Genk

Gepubliceerd op donderdag 21 maart 2019 16.07 u.
KRC Genk scheert momenteel hoge toppen, maar ook in het verleden kende Genk al een bloeiende voetbaltraditie. Wij doken in de archieven en gingen op zoek naar het ontstaan van enkele clubs.

 

Genk VV

Op initiatief van Jan Hanssen verscheen op 22 maart 1922 een oproep aan het publiek om met een eigen voetbalploeg te starten. In nog geen drie weken tijd hadden zich al 25 leden (kandidaat-spelers) gemeld. De eerste voorzitter werd Jefke Hanssen en het clublokaal was het Volkshuis in de Molenstraat. Bij gebrek aan een eigen terrein werden aanvankelijk enkel uitwedstrijden gespeeld tegen clubs uit de omliggende gemeenten.
In 1924 werd hun eerste voetbalplein aangelegd achter de St.- Martinuskerk en twee jaar later volgde de aansluiting bij de Koninklijke Belgische Voetbalbond.
Genk VV kreeg 735 als stamnummer en de clubkleuren waren geel-zwart. De nog jonge ploeg werd in 1934 al kampioen van de toen hoogste provinciale reeks 2de Provinciaal.

Voetballend kende Genk VV hoogten en laagten - ups en downs zou men nu zeggen- tijdens de moeilijke oorlogsjaren en de heropleving na de bevrijding. In het seizoen 1952-1953 kwam er een voorlopig einde aan hun mooi verhaal. Genk VV hield op te bestaan.
Gelukkig niet voor lang want onder impuls van de heren Egidius Cuypers en Frans De Zutter kwam er op 31 augustus 1956 een heropstart met het stamnummer 5952.
Na enkele terreinwissels belandde de club op 14 augustus 1990 in het nieuwe ‘Broeder Marcel stadion’ in het Bronsbos van Kattevenia om onder voorzitterschap van Emiel Houben en Jean Thijs op weg te gaan naar een mooie toekomst in een prachtige natuur.

Mijnclubs

De drie Genker mijnclubs ontstonden allemaal in diezelfde naoorlogse periode, begin de twintiger jaren. T.H.O.R. Waterschei startte zelfs al in 1917 door enkele vrienden onder wie Armand Hallaert.
Bij de toetreding tot de KVB in 1925 kreeg Thor het stamnummer 553 en werd gekozen voor de geel-zwarte clubkleuren. Vanaf toen vergrootte de samenwerking met de koolmijn, die er voordien ook al was, aanzienlijk. Dat resulteerde in de aanleg van een nieuw terrein aan De Kring op grond van de mijn, aanliggend aan de Cité. De mijn bood hulp bij het vervoer van de jeugdploegen.
Het merendeel van de spelers van Thor was dan ook werknemer van de André Dumontkoolmijn.
De jaren ’30 waren sportief gezien echte topjaren en T.H.O.R. klom op tot de Eerste Afdeling.

Reeds in 1915 werd er in Winterslag gevoetbald door FC Winterslag, een vereniging verbonden aan de mijn. FC Winterslag, opgericht in april 1923, sloot nog datzelfde jaar in september aan bij de KBV met stamnummer 322 en rood-zwarte clubkleuren.
In 1917 kwam daar een tweede club bij: Slavia Winterslag met vooral geëmigreerde Oost -Europese mijnwerkers in de ploeg. Zij sloten aan bij de KVB in januari 1924 met stamnummer 341.


Beide teams vormden in 1927 het nieuwe FC Winterslag met stamnummer 322.
De stichter was een Brusselaar: Jean De Noël, een kaderlid van de koolmijn. 1974 werd het jaar van de eerste promotie naar Eerste Nationale Sporting club des Liègeois met stamnummer 658 ontstond op 15 juli 1925, droeg rood- geel als clubkleur en werd op 21 mei 1926 opgenomen in de KVB.
In 1932 werd de clubnaam gewijzigd in Zwartberg footballclub in de kleuren zwart-geel-rood.
Op 21 juni 1951 werd de club Koninklijke FC Zwartberg. Deze Genker club slaagde er nooit in de Provinciale reeksen te overstijgen.
 

Ook de laatstgenoemde clubs genoten in meerdere of mindere mate materiële steun van de koolmijn in hun wijk.
Het was niet enkel uit goedhartigheid dat de mijndirecties het culturele en sportieve leven in de Cités steunde; ook zij hadden er alle belang bij dat de mijnwerkers hun vrije tijd nuttig en rustig besteedden. Zo wilden ze voorkomen dat hun personeel teveel in drankhuizen vertoefde, waardoor het werkverlet zou stijgen en de productie dalen. Anderzijds waren de prestaties van de verschillende sportclubs een middel om hun prestige t.o.v.de buitenwereld op te krikken.

Twee van de vier Genkse clubs die we in dit verhaal citeerden, hebben uiteindelijk de moeilijke tijden na de Tweede Wereldoorlog overleefd en bleven tot in de jaren tachtig regelmatig hun supporters vermaken. FC Winterslag en THOR Waterschei hebben altijd kunnen bogen op een grote supportersaanhang en dat was in die jaren zowat de voornaamste inkomstenbron.

In 1979 leek men in Waterschei al overtuigd van de voordelen van één grote fusieclub, maar op de bijeenkomst van de beheerraad van Winterslag was snel duidelijk dat vooral de supporters niet erg happig waren om op vijandelijk terrein te moeten gaan supporteren. Gedaan met de fusiegeruchten.
Negen jaar later, op 21 april 1988 kwam er eindelijk een akkoord. Tyl Gheyselinck van de KS, Albert Bijnens en Albert Hermans van THOR Waterschei en Jan Vandermeulen en Stan Kowalski van FC Winterslag sloten een overeenkomst voor de bouw van een nieuw stadion en de oprichting van een fusieploeg. KRC Genk was geboren.

Dat was het begin van een nieuw tijdperk voor sportminnend Genk; drie landstitels en vier bekeroverwinningen later, kijken we verwachtingsvol uit naar welke trofeeën onze voetballers dit jaar naar Genk zullen brengen.

Met dank aan Heemkring Heidebloemke Genk

 

 

Klik hier om de volledige Horizon te lezen