Genkse geschiedenis: 't Kliniekske

Gepubliceerd op dinsdag 16 juli 2019 8.53 u.

Iedereen kent het Kliniekske langs de Noordlaan tegenwoordig als de thuisbasis van een aantal verenigingen. Maar ooit was het een echt ziekenhuis. Hoe het er vroeger aan toe ging, lees je hier.

In het jaar 1922 besliste de directie van de koolmijn van Winterslag om een van de vele logementshuizen aan de Noordlaan om te bouwen tot een kliniek. Dat was een zeer terechte beslissing gezien de niet ongevaarlijke uitbating van de steenkoollagen in de ondergrond. Twee jaar later was het zover. Het aangepaste logementshuis opende op 24 oktober 1924 zijn deuren met de aankomst van vier Zusters van Liefde die zich ook in deze bouw konden vestigen. De Sint-Elisabethkliniek werd een zegen voor de mijnwerkersgemeenschap van Winterslag.

Niets te vroeg trouwens, want enkele dagen voordien had er zich in de mijn een grauwvuurontploffing voorgedaan met elf zwaar verbrande slachtoffers. De hulp van de Zusters kwam als van God gezonden.

De gewonden konden nu dicht bij huis verzorgd worden en de familie moest voor een bezoek aan hun dierbaren niet meer naar Hasselt. De mijn droeg zo haar steentje bij aan het welzijn van zijn werknemers en hun gezinnen. Daarvoor werd er in de kliniek een dispensarium ingericht. Zuster Thérèse deed huisbezoeken en Soeur Marie-Josephe reed met haar solexje (bromfiets) door de wijk om medische hulp te bieden bij de mensen aan huis. Dat brommertje werd later vervangen door een Citröen 2PK. In de winter was het op de toen nog slechte wegen immers veel te gevaarlijk geworden voor de zuster op de brommer. Ook de scholen in de buurt konden voor medische controles een beroep doen op de zusters. Na schooltijd konden de inwoners van Winterslag er terecht voor allerhande verzorging, maar niet voor doktersconsultatie. Er werkten ook enkele verplegers mee in ’t Kliniekske. Onder hen was Jefke Novak wel de meest bekende naam. Hij stond bekend als de kruidenman omdat hij thuis homeopathie beoefende. Er was indertijd veel lof voor zijn manier van genezen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden er ook soldaten en krijgsgevangenen verzorgd.

In ’t Kliniekske had je natuurlijk een operatiekamer, maar ook een dodenkamer waar de doden opgebaard werden. De Zusters wasten niet alleen de gewonde mijnwerkers, maar bij hun taak hoorde ook het afleggen van de overledene.

Op 1 januari 1979 verlieten de Zusters van Liefde ’t Kliniekske om elders hun taak met liefde verder te zetten. Nog dat zelfde jaar kocht het gemeentebestuur ‘t Kliniekske om er een soort cultureel buurtcentrum van te maken. ’t Kliniekske is ondertussen een levend buurthuis geworden, een gasthuis voor tal van verenigingen.

 

Klik hier om de volledige Horizon te lezen