Grootouders van nieuw Genks sprintfenomeen: 'Rani laat zich zeker niets opdringen'

Gepubliceerd op dinsdag 29 oktober 2019 16.40 u.

Onze stad heeft in de loop van talloze jaren heel wat uitzonderlijke talenten voortgebracht. Zowel voor als achter de schermen werken en leven diverse Genkenaren die de gave bezitten hun omgeving te verrijken op een bijzonder inspirerende manier. Met de grootouders van Rani Rosius hadden we een geanimeerd gesprek over leven in Genk en schitteren in de wereld.

Madeleine Jacobs en Roger Rosius zijn de grootouders van een van de nieuwste sensaties uit Genk: met haar 19 jaar is Rani Rosius onderweg om nationaal en internationaal hoge ogen te gooien in de discipline van de 100 meter sprint. In april verbeterde ze nog het nationaal record bij de junioren dat op naam stond van Kim Gevaert door 11”45 over de afstand te doen. Dat was 7 honderdsten beter dan Gevaert in 1997. Groot was echter het drama toen enkele dagen later bleek dat de tijd niet gehomologeerd kon worden door een technisch probleem bij de startapparatuur.

Hoe hard kwam dat slechte nieuws aan bij Rani?

Roger: Dat was een enorme domper. Een heel jaar lang leef je ernaartoe om een mooi resultaat neer te zetten en na een knappe prestatie krijg je dan zo’n klap. Dat heeft haar trainingsschema zeker twee tot drie weken achteruit geslagen. Bovendien was ze door dat geschrapte resultaat haar EK-selectie voor de individuele 100 meter in Zweden in juli kwijt.

Madeleine: Tel daar nog bij dat dat nieuws binnenliep aan de vooravond van haar negentiende verjaardag! Dat heeft haar emotioneel diep geraakt.

Roger: Bij een latere poging in Luik strandde ze op 11”69. En ze moest onder de 11”65 blijven voor die EK-selectie. België hanteert veel strengere selectiecriteria dan andere landen waar de grenzen haalbaarder zijn. Rani loopt de vijftiende tijd in Europa, maar mag niet naar het EK terwijl daar meisjes meelopen die op 11”85 afklokken!

Madeleine: Gelukkig mocht ze toch mee naar Zweden met het 4x100-team.

Wat geeft Rani allemaal op om aan de sprinttop te komen?

Madeleine: Vooral het afgelopen jaar heeft ze veel offers gebracht. We merken aan haar dat de druk toeneemt. Vroeger schudde ze alle aandacht van zich af. Maar dat wordt almaar moeilijker nu ze op loopwedstrijden herkend en met veel omhaal van woorden wordt aangekondigd.

Roger: De combinatie met haar studies wordt daardoor ook moeilijker. Ondertussen is het duidelijk dat Rani de absolute top mag ambiëren. Maar ze wil ook verder studeren en een goed diploma behalen. Ik denk dat de combinatie mogelijk is. Uiteraard is het aan Rani om dat uit te maken.

Hoe sterk leven jullie mee met haar sportprestaties?

Roger: Samen met haar ouders en de andere oma en opa zijn wij er altijd bij. Zelf ben ik ook een gedreven sporter geweest en ik geniet ervan te zien wat Rani allemaal kan en realiseert. Ik kon goed fietsen en lopen, maar dat bleef beperkt tot het recreatieve. Ik ben geboren in 1944. Sport werd toen eerder afgedaan als een flauwiteit waaraan je je tijd niet moest besteden.

Madeleine: Ik ben er niet op elke wedstrijd bij. De spanning en de drukte worden me soms te veel. Wanneer ik meega, vind je me dan ook nooit aan de aankomst. Dat is meer iets voor Roger. Die houdt van competitie. Meestal zijn we met zo’n tien tot twaalf vaste supporters die haar luid aanmoedigen. Maar onlangs fluisterde ze ons lachend toe: ‘Ik hoorde alleen oma.’

Zagen jullie in de voorkeuren en de spelletjes van de kleine Rani al een voorbode voor wat ze vandaag allemaal presteert?

Roger: Ik herinner me nog hoe ze thuis een zwembad had waar ze andere meisjes uitdaagde om tegen haar te zwemmen. Als jong kind pikte ze alles heel snel op en was ze heel lenig. In die tijd kon je haar bij wijze van spreken in een koffer stoppen.

Madeleine: Mij blijven zeker ook de opmerkelijke turnhoudingen bij die ze in de zetel of op een stoel aannam. Haar lenigheid combineerde ze bovendien met een felheid die haar op de speeltuin de gekste maar ook de meest bewonderenswaardige acrobatieën deed uithalen.

Roger: Rani is in haar jonge jaren begonnen als turnster. Haar latere looptrainer zag haar sprinttalent, maar heeft een tijd nodig gehad om haar looptechniek bij te spijkeren. De eerste jaren nam ze zelfs niet deel aan wedstrijden: ze was nog te veel turnster.

Madeleine: Op een gegeven moment kreeg ze een Oekraïense lerares die zo streng was dat het plezier er voor haar af was. Op de vraag of ze op turninternaat wilde gaan om haar talenten nog verder te verbeteren heeft ze neen gezegd: ze wilde te graag thuis bij haar ouders blijven wonen.

Wat herkennen jullie van jezelf in Rani?

Roger: Net als ik is Rani eerder competitief en individualistisch: wij hebben geen gezelschap nodig als we sporten. Mijn zonen spelen graag voetbal en sporten in groepsverband. Voor Rani en mij hoeft dat niet noodzakelijk.

Madeleine: Rani weet in elk geval goed wat ze wil. Ze laat zich zeker niets opdringen. Ze kreeg een tijd geleden de raad om bepaalde gezonde supplementen te gebruiken om haar recuperatievermogen na het sporten te verbeteren. Dat lachte ze gewoon weg: geen denken aan. Ook hoef je haar op een vrijdag voor een wedstrijd niet te zeggen dat ze geen frieten kan mee-eten met haar ouders en zus. Die laat ze heus niet staan!

Welke band heeft Rani met onze stad?

Roger: De naam Rosius is een echte Genkse naam. Daar is Rani echt wel trots op. Rosius is de verlatinisering van Roos of Roux. De Rosius die in 1811 als eerst naar Genk kwam, is de stamvader van alle Rosiussen in Limburg. Hij was afkomstig uit de provincie Luik en werkte als dagloner. Zijn nazaten in Genk zijn altijd getrouwd met Genkenaren. Die band met Genk wil Rani later ook bestendigen door haar kinderen de familienaam Rosius te geven.