Het toekomstig beleid op maat van 55-plussers (deel 1)

Gepubliceerd op maandag 8 april 2019 12.18 u.

Begin januari werd de nieuwe gemeenteraad geïnstalleerd en ging de nieuwe Genkse bestuursploeg aan de slag. De bedoeling is samen Genk te verbinden op bijzonder uiteenlopende vlakken. Ook het seniorenbeleid speelt daarin een prominente rol. ‘Senioren’ wordt als benaming overigens niet langer gebruikt: voortaan heten senioren 55-plussers. En de seniorenraad wordt in de toekomst omgedoopt tot ‘Adviesgroep 55+’. Dringend tijd dus voor een gesprek met schepen Grondelaers, onder meer bevoegd voor Sociaal Welzijn.

 

‘De tijd was rijp om de voor sommige mensen minder flatterende begrippen ‘medior’ en ‘senior’ te laten vallen en op een andere manier naar deze specifieke en bijzonder boeiende doelgroep in onze Genkse samenleving te kijken’, stelt schepen Grondelaers. Tegen het einde van 2019 belooft ze het beleidsplan dat momenteel volop wordt uitgetekend helemaal af te ronden en te starten met de uitrol. ‘Hoe dan ook: de toekomst is participatief. Dat betekent dat de stem van 55-plussers in het stedelijk beleid sterk zal doorklinken.’

 

Betekent meer inspraak voor 55-plussers dat jullie een ander beeld hebben over wat vroeger medioren en senioren heetten?

Schepen Grondelaers: Mensen blijven hoe dan ook langer zelfstandig en zelfredzamer dan ooit tevoren en ze weten heel goed wat ze willen. Niet dat er nu zo veel veranderd is. Ook voorheen waren er tal van projecten die hun toelieten hun visie op het beleid te geven. De seniorenraad is daar het beste voorbeeld van: daarin namen en nemen senioren het woord en adviseren het stadsbestuur over het toekomstige beleid op hun maat. Via tal van participatieve projecten merkten we echter dat 55-plussers vandaag nog meer inspraakmogelijkheden vragen. Die ruimte willen we hun nu geven.

 

Concentrische cirkels van zorg

‘De gemiddelde leeftijd waarop Genkenaren verhuizen naar een woonzorgcentrum is 82 tot 83 jaar. Dat betekent dat ze heel lang thuis wonen en er pas voor een verhuis wordt gekozen wanneer het echt niet meer lukt in de thuissituatie’, merkt de schepen op.

 

Vanuit welk zorgmodel voor 55-plussers zijn jullie vertrokken in dit bestuursakkoord?

Schepen Grondelaers: Wij hanteren het zorgmodel met de concentrische cirkels van zorg. Heel wat oudere Genkenaren kunnen de zorg nog zelf opnemen en zijn nog heel zelfredzaam of worden bijgestaan door iemand binnen hun gezin. Wie zorg van buitenaf nodig heeft, vindt die dikwijls bij familieleden, bij buurtgerichte zorginitiatieven of in het informele netwerk. Voor wie dat niet volstaat, zijn er de professionele organisaties, die een ruim aanbod hebben in onze stad. Het is essentieel dat iedereen de weg vindt naar de zorg die hij nodig heeft.

 

Enkele jaren geleden wilde het stadsbestuur Genkenaren ervan overtuigen met een verhuis naar het woonzorgcentrum niet te wachten tot het niet meer anders kon. Is dat nog steeds de bedoeling?

Schepen Grondelaers: Daarvan zijn we afgestapt onder druk van de omstandigheden. De wachtlijsten zijn zodanig gegroeid dat dat geen optie meer is. Bovendien willen Genkenaren zelf zo lang mogelijk in hun vertrouwde omgeving blijven wonen. Maar dat hoeft niet per definitie hun eigen huis te zijn. Graag citeer ik in dit verband professor Verthé die stelt dat je een oude boom wel mag verplaatsen, zolang je dat maar doet met zijn eigen grond. Daarom richten we onze pijlen in de toekomst onder andere op alternatieve woonvormen. Die kunnen fungeren als een soort brug en ervoor zorgen dat mensen langer kwalitatief thuis kunnen blijven wonen. In dat kader leverde het project ‘Oost west thuis best’ bijzonder veel concrete informatie op voor ons als bestuur. In samenwerking met heel diverse Genkenaren gingen we op zoek naar hoe ze willen wonen in 2030. Die ideeën hebben hun weg gevonden naar concrete beleidsdoelstellingen. We denken nu na over verplaatsbare woonunits, kleinschalig wonen, mantelzorghuisjes en cohousing. Met dat laatste idee zijn Betty Peeters en Annie Thijs (zie deze Horizon, blz. YYY) overigens al aan de slag gegaan. Een mooi voorbeeld van hoe we proberen om geëngageerde 55-plussers actief bij het beleid te betrekken.

 

De verbindende rol van de buur en de buurt wordt dus veel groter.

Schepen Grondelaers: Vroeger was het evident dat mensen de zorg voor hun buren op zich namen en elkaar ongedwongen bijstonden. Nu dat minder evident geworden is, plannen we tal van initiatieven om mensen ervan te overtuigen dat kleine inspanningen soms heel wat kunnen betekenen voor de buurt. Het is zeker niet de bedoeling om die kleine taken de plaats te laten innemen van het professionele netwerk, wel om er een aanvulling op te zijn. Denk maar aan de rolluiken van je buren ophalen en aflaten, de brievenbus controleren of de kat eten geven. Als stad begrijpen wij dat we daarin een regierol te vervullen hebben. We faciliteren in zekere zin het kwalitatieve samenleven.

 

Klik hier om deel 2 van het interview te lezen

Klik hier om de volledige Horizon te lezen