Hoe corona onze woordenschat verruimt

De coronacrisis heeft een ingrijpende impact op ons dagelijks leven. Alles wat we tot nu toe vanzelfsprekend vonden, wordt plotseling in vraag gesteld. Het virus heeft ook een grote invloed op onze taal. Dagelijks horen we nieuwe coronagerelateerde woorden via de verschillende media. Wordt de Dikke van Dale binnenkort heel wat dikker? Een greep uit een rijke corona-oogst…

(n.v.d.r.: deze tekst werd geschreven op 20 april. Misschien zijn sommige dingen ondertussen achterhaald)

Toen de lockdown werd aangekondigd, sloegen we met zijn allen aan het corona- of paniekhamsteren. Hamsterschaamte bestond toen even niet en toiletpapier bleek ons belangrijkste goed te zijn. Eenmaal alle lockdownfeestjes met de covidioten (dat is iemand die zich niet aan de regels van social distancing houdt) achter de rug waren en we in thuisquarantaine geplaatst werden of onszelf in zelfisolatie plaatsten, gingen we e- en skyperitieven met overtollige coronakilo’s tot gevolg.

Op bezoek gaan bij elkaar is niet toegestaan waardoor raam-, balkon- en zwaaibezoeken (al dan niet via een hoogtewerker) erg populair zijn. Er ontstaan pittige balconversaties en sommigen spelen zelfs dagelijks balkonconcerten en balkonbingo. Je kan spreken van een heuse balkonsolidariteit. Ook quarantrainen is erg populair. Gooi los die beentjes! Omdat we elkaar geen hand meer mogen geven, ontstond de ellebooggroet en de wuhanshake. Die laatste betekent dat twee mensen elkaar groeten met de binnenkant van de voet en met een gestrekt been om zoveel mogelijk afstand te bewaren. We leven ondertussen immers in een anderhalvemetersamenleving waar de anderhalvemeterpolitie toezicht houdt. Iemand die zich niet houdt aan de coronamaatregelen is een coronacrimineel. Dat woord wordt ook wel gebruikt om een handelaar aan te duiden die munt wil slaan uit de crisis en zijn producten zoals mondmaskers en handgels aan woekerprijzen verkoopt.

Mondmaskers zijn ondertussen een gegeerd goed want de mondmaskeroorlog is uitgebroken. Omdat we in ons kot moeten blijven, steekt het zo nauw niet met ons uiterlijk. We dragen ondertussen allemaal een coronakapsel en sommigen hebben hun kleerkast gevuld met kotcouture. Wanneer we dan toch eens naar de winkel moeten gaan, bestaat er zoiets als betaalhygiëne en hoestschaamte. Het moet je maar net overkomen dat je in de supermarkt een kriebelhoest voelt opkomen… Gelukkig staat aan elke kassa een kuchscherm.

De supermarkten zijn open, maar de cafés nog niet. De tooghangers die over alles en nog wat hun eigen mening hadden en zich snel hadden omgeschoold tot toogvirologen, hebben een nieuwe cursus gevolgd en noemen zich nu twittervirologen. Kwestie van zich kritisch te kunnen blijven uitlaten over de genomen coronamaatregelen. Als we daar maar niet allemaal coronamoe van worden!