In de kijker: Jean-Pierre Truyen en Paul Bex

Vandaag stellen we Jean-Pierre Truyen en Paul Bex aan je voor, twee ongewone vrijwilligers van de Stad Genk. Hun verhaal is tevens het verhaal van een groot deel van de Stiemervallei.

Alles begon met het op rustpensioen gaan van carrosseriehersteller Jean-Pierre Truyen.
De man die ettelijke jaren de drijvende kracht was van zijn onderneming, achter in de Vennestraat, stond plots met de handen in zijn broekzakken.
Dat deed hem geen goed; hij die zich nog nooit één ziektedag gepermitteerd had, moest nu plots een beroep doen op zijn buurman dokter Vermeersch.
Die had al snel door wat Jean-Pierres ziekte was: het gebrek aan een zinvolle bezigheid maakte dat hij zich niet goed voelde. En die nuttige bezigheid lag toevallig aan de overkant bij hem in de straat.

Bij zijn wandelingen in de Stiemervallei was het Jean-Pierre al opgevallen dat er zoveel dode bomen en exoten de mooie natuur onrecht aandeden. Daar wilde hij graag iets aan veranderen … als Genk het toeliet.
Als bestuurslid van Neos kende Jean-Pierre natuurlijk de voorzitter Pierre Cuypers van Natuurpunt goed. Die laatste is namelijk de conservator van de Stiemervallei.
Met behulp van hem en meerdere andere verantwoordelijken bekwam hij uiteindelijk de toelating om als vrijwilliger zijn steentje te mogen bijdragen aan de verfraaiing van de Stiemervallei.

Toen hij eindelijk aan het titanenwerk kon beginnen kreeg hij al spoedig hulp van een andere ‘Stiemerwandelaar’ uit de buurt. Paul Bex, een leidinggevende figuur in verschillende bekende ondernemingen, bereikte ook zijn pensioengerechtigde leeftijd en bood zichzelf aan om Jean-Pierre een hand toe te steken bij het waardevolle herstel van de natuur in de vallei.

Jean-Pierre zag hem graag komen want wat het werk dat moest gedaan worden, was teveel voor één man. ‘Samen sterk’ is hier wel zeker van toepassing.
Alleen kan je - mede door de moerassige ondergrond - onmogelijk al de te verwijderen bomen, dode of uitheemse, bereiken en veilig omzagen. Er dient met veel overleg gewerkt te worden.
Elke boom die er omgezaagd wordt, dient uitgekapt en opgeruimd te worden; opgestapeld takhout blijft achter als schuilplaats voor allerhande bosbewoners, insecten en anderen.
Ook de beekoevers worden zuiver gehouden. Daarvoor werd er een bosmaaier aangekocht. Alleen als het weer goed is, wordt er in de Stiemervallei gewerkt.

De nieuwe hobby die aanvankelijk begonnen was als vrijetijdsbesteding, groeide stilaan uit tot een kleine onderneming. De aanschaf van het nodige hulpmateriaal drong zich op.
Meerdere kettingzagen, een bosmaaier met widiaschijf en een kleine tractor met daarop een zelf gemonteerde kabelhaspel om de doorgezaagde bomen uit het moerassig gebied te trekken, maken nu veel mogelijk. Jean-Pierre en Paul zijn nu goed gewapend om de strijd met de verwilderde Stiemervallei aan te gaan. Hopelijk krijgen ze nog wat steun van andere natuurliefhebbers met wat vrije tijd.

De herwaardering van de Stiemervallei krijgt de laatste jaren de speciale aandacht van het stadsbestuur.
Pierre Cuypers, conservator van de Stiemerbeekvallei en Mien Quartier, medewerkster van de ontwikkeling van de Stiemervallei, begeleiden regelmatig de vergaderingen van Natuurpuntleden waaronder bestuursleden Jean-Pierre en Paul van Neos. Tijdens een van die vergaderingen op het stadhuis werd aan de aanwezigen gevraagd om ideeën aan te brengen om de Stiemervallei nog meer in de aandacht te brengen.
Jean-Pierre vond iets dat daaraan misschien kon voldoen. Na overleg met buurvrouw Caat De Cock die tegenover het natuurgebied een ijssalon uitbaat, werd het Stiemerijs voorgesteld en aanvaard.
De samenstelling van het nieuwe ijs steunt op ingrediënten die allemaal een binding hebben met de Stiemervallei. Yoghurtijs, gekarameliseerde havermout en honing uit de vallei geven het Stiemerijs zijn bijzondere smaak.

Hoe is het zover kunnen komen?

In deze natuurlijke vallei lagen vochtige groene weiden om de koeien te laten grazen of om hooi te winnen.
Langs de huidige Vennenstraat waren het vooral koeienweiden. Er stonden enkel afsluithagen, geen enkele boom. Door het wassen van de ontgonnen kolen op de koolmijnen van Waterschei en Winterslag werd de Stiemer een zwarte beek met vier keer meer afvoerwater en heel veel koolgruis (slam).

Op 2 oktober 1944 werd Genk gebombardeerd door Amerikaanse vliegtuigen die de rest van hun bommen boven de Vennestraatse weiden dropten, een dertigtal bommen die gelukkig niet op Genk-dorp vielen.
Dertig diepe en minderdiepe bomkraters vernielden het graslandschap langs de Stiemer.
De kraters werden omheind met prikkeldraad en er werden afwateringsgrachten gegraven om de koeien van helder drinkwater te voorzien. De beek was nog steeds een slambeek.

In de zestiger jaren, bij het stopzetten van het laatste boerderijbedrijf van de familie Valkeneers, verwilderde de Stiemerbeekvallei zeer snel.
Bij de aanleg van de spoorweg en de bouw van de rijkswachtkazerne bleek dat de grondlagen een speciale samenstelling hadden: drie tot vier meter veen, dan vijftien cm ondoordringbare ijzerertslaag met daaronder 65 meter drijfzand.
Ook de meeste bomkraters bereiken die diepte en zijn dus zeer gevaarlijk voor oningewijden, vooral omdat ze in de moerassige omgeving niet meer te herkennen zijn.
Daar zal door het grote opruimwerk van Jean-Pierre en Paul ook terug meer overzicht op komen, waarvoor wij hen hartelijk danken.
De aantrekkelijkheid van de Stiemervallei zal er zeker wel bij varen!