Medior in de kijker

Vandaag stellen we jullie een heel bijzonder man uit onze Genkse samenleving voor: Frans Novak.

Frans, uit Sloveense ouders geboren, is een echte Genkenaar. De toevloed aan buitenlandse arbeidskrachten voor onze kolenmijnen bracht ook een delegatie Slovenen naar Genk. Daar werd dan in 1959 onze gesprekspartner Frans geboren en daar vindt hij na heel wat buitenlandse studie- en werkperiodes nog altijd zijn echte thuis.
‘Als universitair behaalde ik mijn doctoraat biologie met verschillende takken in biochemie en fysiologie’, vertelt Frans. ‘Na mijn doctoraat ben ik naar Philadelphia gegaan om er als docent aan de universiteit aan de slag te gaan. Later heb ik in M√ľnchen gewerkt, waar ik tot in 1995 vooral biologisch werk heb gedaan.

Ik had verschillende interesses en één daarvan was muziek en theater. Dat had ik van thuis meegekregen; iedereen was er met muziek en zang bezig, van grootmoeder over moeder, vader en broer, ... een eigen koor. Ik was bij de Lustige Heivinken en bij een eigen Sloveens koor. Omdat we door onze afkomst de Sloveense cultuur meedroegen, hadden we ook hier onze Sloveense verenigingen, maar die zijn door de terugval van het aantal leden ondanks de aangroei van Slovenen niet meer in staat om nog zelfstandig te blijven bestaan. We hebben nu nog één zelfstandige Sloveense vereniging in Genk met name Nas Dom (Ons Heem) waarvan ikzelf voorzitter ben. Op voorstel van de culturele raad van de stad Genk hebben we nu een samenwerking met de Portugese culturele vereniging ‘25 Abril’ die nu nog een activiteitsgraad hebben die wij 25 jaar geleden hadden. Deze samenwerking geeft ons de mogelijkheid ons huis te behouden en er onze activiteiten te laten doorgaan. In Maasmechelen hebben we nog een Sloveense vereniging St.- Barbara.

Tot in 1995 was ik dus actief als wetenschapper in het buitenland en dan ben ik terug naar België en Genk gekomen en heb ik mijn oude liefde voor muziek en theater teruggevonden.
Sinds eind jaren 90 heb ik heel veel geacteerd, gezongen, geregisseerd en gedirigeerd. Ik ben nog altijd dirigent van het koor van het ZOL -personeel in Genk, die hun activiteiten nog niet hernomen hebben na Covid 19, en van het seniorenkoor Cantus Seniores. Onlangs nog verloren we onze voorzitter Michel Degruyter. Dit koor heeft vooral nog een sociale functie: tachtigers en negentigers die nog om de veertien dagen samenkomen om hun geliefde hobby te beoefenen en optredens bij de senioren van o.a. de dienstencentra voor te bereiden.

In coronatijd heb ik ook veel gecomponeerd en ik was blijkbaar niet de enige. Dat werd mij duidelijk toen ik mijn werk wilde insturen bij Sabam, die veel meer nieuwe werken binnenkregen dan normaal.

Bij de viering van 25 Cultureel Centrum heb ik een professionele samenwerking gehad met verschillende gekende acteurs voor ‘De lege cel’, een stuk van René Swartenbroekx, waarin ik de rol kreeg van een Turk. Daar hoorde ook een Turkse taalcoach bij. Samen deden we het zo goed dat er onder de aanwezigen gefluisterd werd: ‘Maar wie is toch die Turk, die kennen we niet.’

Ik ben nu al ongeveer 20 jaar verbonden aan de zomeropera van Alden Biesen. Dit jaar was dat een kleine productie met niet zo’n grote bezetting en een kleiner orkest. Er werd gekozen voor ‘Villa Lehar’ omdat dit jaar het herdenkingsjaar van Lehars werk is.
Ik ben nu zowat 14 jaar koorverantwoordelijke. We hebben nu 9 zangers en 23 muzikanten, allemaal toppers uit heel de wereld.

Ik hou van muziek, van acteren, van componeren. Ik ben zo creatief dat ik wel 200 jaar zou moeten worden om al mijn ideeën te verwezenlijken, maar als dat niet gebeurt dan heb ik wel elke seconde geleefd. Zelf heb ik nooit gezinsverantwoordelijkheid gedragen, maar sinds 1995 ben ik wel mantelzorger geweest voor mijn grootmoeder, moeder en vader.
Mijn moeder is vorig jaar overleden. Ze was 90 jaar, maar bij de ziekenzalving hebben we nog samen gezongen, zo diep zat de liefde voor muziek en zang er ook bij haar nog altijd in.

Een ander aspect van mijn leven is het rollenspel. Het acteren zit echt diep in mij en daar kan men mij hier in Genk ook wel in tegemoet komen. Hier zijn voldoende evenementen waarin ik mij kan uitleven. Zo ben ik al 21 jaar St.- Maarten in de stad waarvan hij de patroonheilige is. Jaar na jaar trekt hier de grootste en mooiste stoet van heel België uit. Ik ben er zeer fier op dat ik daaraan kan meewerken. In Bokrijk was ik acht jaar actief als burgemeester, champetter, kwakzalver, verhalenverteller en witte pater uit Afrika met de gekende donderpreken. Allemaal personages waarin ik mij ten volle kan uitleven.’

Degenen die Frans al langer kennen, zijn er trots op dat hij een van ons is. De anderen - waaronder ook ik - zullen voortaan nog meer waardering hebben voor de Genkenaar die achter al deze personages schuilgaat!