Meer ogen in het zeil voor een veiligere wijk: buurtpreventienetwerken

Ongetwijfeld heb je de buurtpreventieborden in onze stad al zien staan. Het kan moeilijk anders: ondertussen telt Genk 27 buurtpreventienetwerken, waar bewoners elkaar en de politie op de hoogte houden van mogelijk verdachte handelingen in hun straat of buurt. De netwerken kwamen enkele jaren geleden tot stand op initiatief van het Veiligheidshuis en worden actief opgevolgd door de wijkpolitie. Jaak Vandewaerde fungeert als coördinator van het buurtpreventienetwerk in de Boomweg.

Hoe ben je op het idee gekomen om een buurtpreventienetwerk op te richten in jullie straat?

Jaak: Mijn echtgenote Annemie en ik zagen er meteen de meerwaarde van in om het veiligheidsgevoel in onze buurt te verbeteren. Gelukkig hebben we veel contact met onze buren. Op een buurtvergadering in de straat werd het idee voorgesteld. Nu werkt bijna iedereen mee en telt onze groep 21 leden. En met het nodige enthousiasme.

Hoe werd jullie voorstel een concrete actie?

Jaak: We kregen de raad contact op te nemen met het Veiligheidshuis. Na een infosessie over de opstart en de invulling van het netwerk gingen we meteen aan de slag. Via WhatsApp kunnen deelnemers elkaar berichten dat ze iets verdachts hebben opgemerkt in de buurt. Belangrijk is dat je eerst 101 belt en pas daarna in de groep meldt dat je dat gedaan hebt. De politie weet het dus het eerst wanneer er iets vreemds wordt gesignaleerd. Zo gaat er geen kostbare tijd verloren.

Waaraan wijt jij het groeiende succes van buurtpreventienetwerken?

Jaak: Door met verschillende ogen te kijken zie je altijd meer. Toegegeven: in onze buurt zijn er weinig inbraken. En ook in onze groep wordt gelukkig niet veel onregelmatigs gemeld. Toch mag je de impact van een inbraak op lange termijn niet onderschatten. Enkele jaren geleden kregen mensen in de buurt dieven over de vloer. Dat maakt mensen bang. Een van de vele voordelen van ons netwerk is dat iedereen het weet wanneer iemand iets verdachts heeft gemeld. Het is een kleine moeite om die persoon daarop aan te spreken en het gevoel van onveiligheid bespreekbaar te maken. Dat werkt troostend.

Wat vindt de politie van jullie netwerk?

Jaak: Die stelt onomwonden dat verontruste Genkenaren beter een keer te veel dan te weinig bellen. Een buurtpreventienetwerk dient uiteraard niet om een weggelopen hond te melden of een oproep te doen voor een feestje. Als coördinator moet je erop toezien dat het netwerk enkel wordt gebruikt om verdachte personen of bewegingen aan de politie kenbaar te maken. Zo’n netwerk levert de politie kostbare informatie op. Zeker wanneer ze signalen uit verschillende netwerken samenleggen. Zo kan het ene netwerk een verdachte persoon beschrijven en voegt een ander daar een nummerplaat aan toe.

Wat raad je Genkenaren aan die jullie buurtpreventienetwerk inspirerend vinden?

Jaak: Begin ermee: het vraagt weinig moeite, is gratis en gemakkelijk en verhoogt het veiligheidsgevoel in de buurt. Bovendien biedt het buurtbewoners de kans om met elkaar in contact te komen en zich elkaars veiligheid aan te trekken.

Buurtpreventienetwerken volgen het SAAR-principe

S: Signaleer – je merkt iets verdachts op

A: Alarmeer – je belt de politie via 101

A: App – meld wat je gezien hebt via WhatsApp

R: Reageer – denk altijd aan je eigen veiligheid en speel niet zelf voor politieagent

Wil jij ook een buurtpreventienetwerk opstarten?

Veiligheidshuis

Vennestraat 91

089 65 32 00

veiligheidshuis@genk.be 

www.genk.be/veiligheidshuis