Natuurbeheer in de groenste centrumstad van Vlaanderen

Gepubliceerd op dinsdag 9 juni 2020 10.49 u.
Corona of niet, de natuur gaat door. Vogels zingen erop los, bomen en struiken staan vet in het groen. De lente heeft haar intrede niet gemist. Ook de ploeg natuurbeheer van stad Genk werkt ijverig verder. Zo kunnen we met z’n allen nog lang genieten van de Genkse natuur.

Toch is een degelijk natuurbeheer geen evidentie. Het vraagt kennis en inzicht. 3600 sprak met Rik Brys, deskundige Ecologie van stad Genk, over het hoe en waarom van natuurbeheer in onze stad.

Waarom doen wij aan natuurbeheer? Kunnen we de natuur niet gewoon z’n gang laten gaan?

Rik: “Een eenvoudig antwoord: als we niets doen gaan we achteruit, en niet vooruit. Een derde van Genk is ‘groen’ op één of andere manier: bos, park, graslanden, heide… onze uitgestrekte natuurgebieden zoals De Maten, Bokrijk of het Nationaal Park Hoge Kempen hebben zelfs internationale uitstraling. Maar ook het ‘kleine’ groen dat Genk verbindt en iedere Genkenaar in zijn voor- of achtertuin vindt, maakt Genk echt bijzonder. Het is voor de stad een erezaak om deze natuur goed te beheren.”

Wat zou er gebeuren als we helemaal niets zouden doen?

Rik: “Genk heeft dankzij de variatie aan natuur een uniek landschap. Als we niets doen, verliezen we die variatie. Dan zijn onze heidegebieden over tien jaar verboste heide en over 20 jaar bos. Terwijl we net die maximale biodiversiteit nastreven. Dat is trouwens ook een Europese gedachte. Bepaalde types natuur zijn zo waardevol en zeldzaam dat we er alles aan moeten doen om ze in stand te houden. Ik zeg altijd: “In Parijs hebben ze de Mona Lisa. In Genk liggen onze Mona Lisa’s over heel Genk verspreid. Denk maar aan de Maten, Opglabbekerzavel, Schemmersberg en verschillende bossen.”

Je benadrukt telkens de unieke landschappen van Genk. Welke zijn dat dan?

Rik: “Wij hebben bossen, beekvalleien en heide. En zeker dat laatste is behoorlijk zeldzaam. Als je op kaarten de evolutie van de heidegebieden in Europa bekijkt over de afgelopen 100 jaar, dan zie je duidelijk dat de verspreiding sterk afneemt. Nu vind je de heidegebieden alleen nog in Denemarken, Duitsland, Nederland en stukjes in Vlaanderen. De heide in Genk is inderdaad ‘ontstaan’ vanuit landbouwgewoontes zo’n 150 jaar geleden. Maar het is niet uit nostalgie dat we die heide nu willen behouden. Dankzij de Kempense grond gedijt heide hier goed, en dat maakt dan weer dat heel wat bijzondere plant- en diersoorten hier graag vertoeven.”

Zijn het niet net de bomen die ons zuurstof geven en ons beschermen tegen klimaatopwarming?

Rik: “Dat klopt, maar andere landschappen doen dat zeker ook. We hebben hier veel veenpakketten in de broekbossen en beekvalleien. Veenpakketten houden massaal veel koolstof vast. Net zoals natte graslanden trouwens. Deze biodiversiteit is een luxe maar vraagt inzet, zowel in de bossen, op de heide, als in de vijvers. Het is net dat ‘en-en-verhaal’ dat heel wat soorten in staat stelt om te overleven. Als we onze natuur goed beheren, maken we haar beter voor planten en dieren. Zo zorgen we voor natuur die tegen een stootje kan.”

Stad Genk trekt duidelijk de natuurkaart, ook met eigen mensen en middelen. Kunnen we dat niet uit handen geven?

Rik: “Wij hebben een eigen natuurploeg en dat is uniek. Wij zien ons groene karakter als troef. Bepaalde steden hebben kunstmusea en historische gebouwen die ze met de grootste zorg onderhouden, niet alleen voor volgende generaties maar ook voor de mensen nu. Genk biedt de Genkenaren ongelofelijk veel variaties aan groen en natuur. Zeker in tijden van corona weten we dat nog meer te appreciëren. En uiteraard doen we niet alles alleen. Een aantal natuurgebieden in Genk zijn in beheer van Natuurpunt en Limburgs Landschap.
Ook het Agentschap Natuur en Bos is erg actief in Genk. En verder ook het Regionaal Landschap Kempen Maasland, de provincie, Bosgroep Limburg en veel Genkenaren met ons.”

Waarom kappen we bomen?

  1. Boomsterfte voorkomen
    Door de warme en droge zomers hebben fijnsparren het lastig. De bomen verzwakken en zijn dan snel vatbaar voor de eetlust van een kleine kever: de letterzetter. Deze schorskever treft verzwakte bomen dodelijk. Ze verzwakken en kunnen plots omvallen. Ze worden best snel verwijderd.
  2. Veiligheid na de storm
    Voorjaarsstormen hebben heel wat schade aangericht in onze bossen. Bomen die dood of te zeer beschadigd zijn worden gekapt, op voorwaarde dat ze een gevaar vormen voor de veiligheid langs de weg of toegankelijkheid van een bos.
  3. Exoten bestrijden
    Amerikaanse vogelkers komt hier oorspronkelijk niet voor maar breidt zich snel uit. Gevolg: inheemse plantensoorten krijgen geen kans. Daarom ‘ringen’ natuurbeheerders de bomen. Dat wil zeggen dat ze schors- en bastlaag verwijderen en de voedingsstroom onderbreken. Dit voorjaar gebeurde dit onder meer op de Opglabbekerzavel.
  4. Bossen omvormen
    Een bos omvormen? Het kan en is nuttig. Genk heeft door de mijnbouw een enorme hoeveelheid naaldbomen sinds de vroege 20ste eeuw. Door hier en daar uit te dunnen en opnieuw gemengd bos toe te laten, versterken we de natuur.
    We kappen waar nodig en planten nieuwe bomen bij, zoals in Kattevennen bijvoorbeeld. Zo krijgen onze bossen een grotere biodiversiteit en zijn ze veerkrachtiger.

Meer info op www.genk.be/groenindestad