Vruchtbare grond: René Swartenbroekx

Onze stad heeft in de loop van talloze jaren heel wat uitzonderlijke talenten voortgebracht. Zowel voor als achter de schermen werken en leven diverse Genkenaren die de gave bezitten hun omgeving te verrijken op een bijzonder inspirerende manier. Met de vader van An Swartenbroekx hadden we een geanimeerd gesprek over leven in Genk en schitteren in de wereld.

René Swartenbroekx heeft niet alleen als scenarist van FC De Kampioenen en schrijver van talloze theaterstukken en jeugdboeken een plaats veroverd in de harten van de Genkenaren. Hij is ook de vader van An en Geert Swartenbroekx. An is zelf een gevierde scenariste, actrice en zangeres. Niet minder dan 21 seizoenen lang vertolkte ze de rol van Bieke Crucke in FC De Kampioenen, waarvoor ze ook een heleboel afleveringen schreef. Daarnaast maakte ze ook enkele theaterproducties, zoals ‘Tarara’ dat in 2019 nog volle zalen lokte in de schouwburg van het stadhuis.

Een dochter met zo veel talent kan je als vader alleen maar trots maken.

René: Zeker. Toch onderstreep ik graag dat ik vooral fier ben op de persoon die ze geworden is. An heeft een groot hart, barst van de energie en is lief en levendig. Tel daar nog bij dat ze het opneemt voor de zwakkeren en je hebt haar helemaal. Eens hoorde ze een man ongepaste opmerkingen maken over de persoon die aan de kassa werkte en toevallig van andere origine was. Op zulke momenten zwijgt ze niet. Integendeel: ze veegde de man de mantel uit.

Waar komt haar rechtvaardigheidsgevoel vandaan?

René: Toen Geert en An zestien en veertien waren vroeg de lokale pastoor of zij de chiro hier in de buurt wilden leiden. In geen tijd hadden ze honderd leden. Daar hebben ze geleerd verantwoordelijkheid op te nemen en met kinderen om te gaan. In de multiculturele context die Genk ook in die tijd al was, speelden wederzijdse verdraagzaamheid en begrip voor anderen een essentiële rol.

Aan wie spiegelde An zich in haar jeugd?

René: Mij is opgevallen hoe belangrijk goede en inspirerende leerkrachten op het lyceum in Genk voor haar waren. In de boutade ‘leraren moeten geen brandjes blussen, maar een vuur ontsteken’ schuilt veel waarheid. Het enthousiasme van haar lesgever deed haar plotseling uitblinken in scheikunde. En als gevolg van de drive van haar godsdienstleraar overwoog ze zelfs even godsdienstwetenschappen te gaan studeren. Een empathische leermeester raakt een kind en maakt het sterker.

Merkte je al op jonge leeftijd dat An wilde gaan acteren?

René: Ze vergezelde me dikwijls naar de repetities en ontwikkelde al vroeg een duidelijke interesse in acteerwerk en toneel in het algemeen. Na de kleine rol die ze speelde in de verfilming van ‘De lege cel’ sprak ze profetisch dat ze dat later ook wilde doen. Zelf ken ik het zotte wereldje van de showbizz en was niet meteen gewonnen voor het idee om naar het conservatorium te gaan. 90% van de acteurs heeft amper werk, weet je. Maar ze zag dat ik voor mijn schrijverschap leefde. Dikwijls ritsten zij en Geert scenario’s waaraan ik werkte uit mijn schrijfmachine om die op voorhand te lezen. Ik heb er haar weliswaar nooit actief toe aangezet om te gaan schrijven en acteren. Maar ons gezinsleven schiep wel het ideale platform om ervan te proeven.

Zelf heb je veel teksten voor de Kampioenen geschreven. Had je An meteen in gedachten voor de rol van Bieke?

René: Veel mensen weten niet dat An eerst bij de Kampioenen terecht kwam en dat ik via haar bij de reeks betrokken raakte. Ik had destijds een monoloog van één uur voor Marianne Pfeyfers geschreven voor de toenmalige BRTN, die later door An werd overgenomen. Zo viel het oog van de regisseurs bij de Kampioenen op haar en werd ze gevraagd voor de rol van Bieke. Aangezien ze zich geen raad wist met het contract vroeg ze of ik me daarover wilde buigen. Op die manier kwam ik in contact met de makers van de reeks, die me vroegen mee te schrijven aan de scenario’s.

Hoe voelde de jonge An zich in een cast met kleppers als Jacques Vermeire en Carry Goossens?

René: Ze had natuurlijk ontzag voor de acteurs met wie ze mocht samenwerken, maar kreeg ook heel wat tips en ondersteuning van hen. Ik weet nog goed hoe Carry haar raad gaf en Jacques haar bijstuurde. En met Johny Voners heeft ze een blijvende vriendschap.

Wat is het grote verschil tussen An als schrijfster en An als actrice?

René: Ze schrijft heel graag, maar vertrekt het liefst van een bepaalde inhoud om die aan te passen en naar haar hand te zetten. Zo bekeken is en blijft ze toch ook altijd ten dele actrice. Veel afleveringen die ikzelf schreef, zijn ontsproten aan dagelijkse ervaringen in ons gezin. Zo had An ooit een katje toen ze op kot zat. Toen ze op een dag thuis kwam met vlooien, inspireerde me dat om er een aflevering over te schrijven voor De Kampioenen. Ook kocht ze ooit een auto van vijftien jaar oud met zogezegd maar 36.000 km op de teller. In een klap werd ze bekend bij de pechverhelpingsdiensten toen ze met het onding van De Panne naar Maaseik reed en talloze malen hun hulp moest inroepen. Daaruit kwam de aflevering ‘Biekes auto’ voort. An heeft zo in heel wat afleveringen meegespeeld waartoe ze onbedoeld zelf de aanleiding had gegeven. (lacht)

Welke plaats heeft Genk nu nog in Ans hart?

René: Hier is alles voor haar begonnen. Hier schitterde ze aan het begin van haar carrière in de hoofdrol van het stuk ‘Agnes van God’ en zong ze mee in de musicals die ik schreef voor de Heivinken. Naar dit multicultureel stukje Limburg keert ze nog graag terug. Behalve haar broer en mij bezoekt ze hier ook dikwijls vrienden en vriendinnen. En ze is hier meter van de blindengeleidehondenschool. Een tijd geleden werd haar gevraagd een filmploeg mee te nemen naar haar favoriete plekje. En waar koos ze voor? De mijnterril van ¬≠Waterschei. Zegt alles, niet?