Jaarlijks wordt in Genk zon 483 ton zwerfvuil en sluikstort ingezameld. Dat is heel wat afval. Daarom probeert de stad op verschillende manieren te vermijden dat het op straat terechtkomt.
Voorkomen is beter dan genezen
Een vuilnisbak meer plaatsen lijkt een eenvoudige oplossing, maar meer bakken betekenen niet automatisch minder zwerfvuil. Genk heeft daarom een vuilnisbakkenplan dat bepaalt waar een vuilnisbak nodig is, welk type er het best past en hoeveel capaciteit nodig is. In drukke winkelstraten staan ze bijvoorbeeld dichter bij elkaar dan in andere delen van de stad. Nieuwe vuilnisbakken hebben bovendien een capaciteit van 200 liter, tegenover 50 liter bij de oudere modellen.
Ook de omgeving rond afvalcontainers speelt een rol. Een zak naast een glas- of textielcontainer kan snel andere zakken aantrekken. Daarom wordt onder meer geëxperimenteerd met ondergrondse glascontainers. In 2025 kwamen er zeven bij. Ze bieden meer capaciteit en laten minder plaats over om afval naast de container te zetten.
Elke dag opnieuw opruimen
Voorkomen lukt natuurlijk niet altijd. Daarom zijn de stadsdiensten 365 dagen per jaar bezig met een propere stad. Het centrum, de winkelstraten en sites zoals C-mine worden dagelijks opgeruimd. Tijdens evenementen gebeurt dat soms zelfs twee keer per dag. In de rest van Genk komt elke straat minstens één keer per maand aan de beurt. Goed voor zon 700 kilometer straten en bermen per maand.
Ook inwoners helpen mee. In 2025 waren 438 Genkenaren actief als zwerfvuilvrijwilliger. Samen met scholen en buurtverenigingen verzamelden ze 9.620 zakken. De stad levert het materiaal, haalt volle zakken op en betaalt 1 euro per ingezamelde zak.
Niet zonder gevolgen
Wie zijn afval zomaar op straat of naast een container dumpt, komt er niet altijd zomaar mee weg. Medewerkers kijken of ze via achtergelaten afval de dader kunnen vinden. Bij sluikstort worden bovendien ook steeds vaker cameras ingezet. Wie betrapt wordt, kan daarvoor een GAS-boete krijgen.
