Genk zet een nieuwe stap in haar duurzaam opvangbeleid. Al in 2021, bij de uitrol van het Vlaamse BOA-decreet (Buitenschoolse Opvang en Activiteiten) koos de stad ervoor om geen eigen kinderopvang uit te baten, maar om een regierol op te nemen. Die koers wordt nu verder geconcretiseerd met nieuwe subsidiemaatregelen voor externe organisatoren.
Stad als regisseur
Twee uitgangspunten staan centraal in het Genkse beleid: de stad zal zelf geen kinderopvang organiseren, maar wel de nodige infrastructuur en ondersteuning voorzien zodat andere organisaties dit op een kwaliteitsvolle manier kunnen doen.
Om dat te realiseren, schreef Genk een overheidsopdracht uit waarbij de organisatie van de opvang en vrijetijd aan externe partners wordt toevertrouwd. De stad neemt daarbij een faciliterende rol op en zorgt waar nodig voor infrastructuur.
Subsidies tot 350.000 euro
Waar nodig voorziet Genk infrastructuur voor de buitenschoolse opvang. Zo worden er in Genk-Centrum en in Genk-West stedelijke hob-units ter beschikking gesteld. In Genk-Oost nam vzw De Apenstaart begin september een nieuwbouw in gebruik. Voor deze infrastructuur worden er binnen de toekomstige overheidsopdracht met de organisatoren overeenkomsten afgesloten.
Daarnaast lanceert Genk een subsidiereglement voor organisaties die willen investeren in hun eigen infrastructuur. Ze kunnen tot 350.000 euro steun aanvragen om hun opvanglocaties uit te breiden of te verbeteren.
Duurzame partners
Met deze maatregelen bevestigt Genk haar rol als regisseur binnen het BOA-decreet. We willen dat elk kind in Genk na schooltijd terechtkan in een warme, kwalitatieve omgeving. Door samen te werken met sterke partners en hen de nodige middelen te geven, bouwen we aan een duurzaam en toekomstgericht opvangnetwerk, klinkt het Anniek Nagels, schepen van Talentontwikkeling en Opgroeien.
