W-eikenpad ree

Wist je dat ...

  • Het bos mijn thuis is, maar tegenwoordig zie je me ook wel eens in weides en velden.
  • Ik familie ben van de herten en net zoals hen ben ik een herkauwende planteneter. Het liefst eet ik blaadjes van bijvoorbeeld braam, framboos, klimop, hazelaar … Maar af en toe lust ik ook paddenstoelen, eikels en beukennootjes.
  • Wil je weten of ik een mannetje of een vrouwtje ben? Kijk dan naar mijn hoofd: enkel de mannetjes (=bokken) dragen een gewei. Let wel op: in de zomer kan je je wel nog vergissen van geslacht, want na de paartijd verliest een mannetje voor eventjes zijn mooie hoofdtooi. Dat doet geen pijn!
  • Ik grote oren heb om verre geluiden te analyseren en een goed ontwikkelde reukzin heb om mijn slecht zicht te compenseren.
  • Ik niet verklap hoe oud ik ben met mijn gewei. Alleen door mijn tanden te onderzoeken, kan je ontdekken hoe oud ik ben.
  • Ik langere achter- dan voorpoten heb? Daarom kan ik zo hard lopen, gezwind zwemmen én spectaculair springen.
  • Ik geen lichaamsgeur had bij de geboorte. Zo houden we roofdieren op een afstand.